De Tilburgse School

Wie door Tilburg loopt, ademt geschiedenis van textiel, arbeid en kerken. Precies die bodem bracht aan het eind van de twintigste eeuw een bijzondere groep kunstenaars voort: De Tilburgse School.

De naam ‘Tilburgse School’ dook voor het eerst op in 1997, in een artikel van Jhim Lamoree in Het Parool, waarin hij de in Tilburg werkzame kunstenaars Guido Geelen, Paul van Dongen, Marc Mulders, Reinoud van Vught en Ronald Zuurmond zo aanduidde. Wat begon als een etiket van een criticus, groeide al snel uit tot iets waar de kunstenaars zelf trots op waren: vanaf dat moment leefde de naam voort in de media en maakten de kunstenaars hem tot de hunne.

Vijf eigenzinnige makers

De groep bestaat uit vijf markante persoonlijkheden: schilders Paul van Dongen, Marc Mulders en Ronald Zuurmond, schilder-graficus Reinoud van Vught, en beeldhouwer Guido Geelen. Geelen, geboren in 1961, is een beeldhouwer, meubelontwerper en keramist die in Tilburg woont en werkt; hij richtte na zijn opleiding aan de Tilburgse kunstacademies zijn eigen atelier op Zijn werk is vol tegenstellingen — orde en chaos, ambachtelijk en industrieel, kunst en kitsch — vaak opgebouwd uit kleivormen van alledaagse objecten zoals autobanden, wc-potten en stofzuigers.

Marc Mulders staat dan weer bekend om zijn kleurrijke, bijna barokke stillevens van bloemen die de vergankelijkheid van het leven verbeelden. Samen met Paul van Dongen en Reinoud van Vught werkte hij van 1996 tot 1998 onder de naam Themes in Painting.

Ondanks de gezamenlijke naam vormen de vijf geen kunstenaarscollectief met een vast manifest. De Tilburgse School is eerder een verbond tussen kunstenaars die zich met elkaar verbonden voelen op het gebied van mentaliteit en motief, samenwerking en vriendschap. Het collectief verenigde zich onder het motto ‘religie, traditie, ambacht’.

Hun werk put nadrukkelijk uit een oudere bron. De kunstenaars vinden hun wortels, naast Tilburg zelf, vooral in de geestelijke en picturale erfenis van tweeduizend jaar christendom en humanisme. Religieuze thematiek, ambachtelijke techniek en een zekere ernst verbinden hun uiteenlopende disciplines — van schilderkunst tot keramische beeldhouwkunst.

Van galerie naar grote zaal

Al vanaf 1985 werden de latere leden van de Tilburgse School in museum- en galerie-exposities bij elkaar gebracht, ruim voordat de naam officieel viel. Op 6 december 2002 opende in de Amsterdamse Mondriaantoren de eerste gezamenlijke presentatie onder de naam Tilburgse School,</cite> naar aanleiding van een sculptuur van Guido Geelen die verzekeraar Delta Lloyd had aangekocht voor het nieuwe kantoor. In het voorjaar van 2003 toonde de groep voor het eerst onder deze naam een klein retrospectief van hun onderlinge kruisbestuivingen, en later dat jaar verscheen er ook een boek over de groep.

De officiële samenwerking eindigde in 2006, waarna Mulders en Van Vught de Tilburgse School op hun eigen manier voortzetten.

Bijzonder detail: de naam ‘Tilburgse School’ was niet nieuw. Al in 1948 werd de aanduiding gebruikt voor een expositie in Kunstzaal Donders, en ook in 1952 dook de groepsnaam op , toen voor heel andere kunstenaars uit dezelfde stad. De vijf van 1997 borduurden dus, misschien onbewust, voort op een traditie van Tilburgse kunstenaars die elkaar opzoeken en zich naar hun stad vernoemen.

Wie vandaag werk van Guido Geelen, Marc Mulders of Reinoud van Vught tegenkomt in een museum als De Pont, ziet niet alleen individueel talent, maar ook een stukje Brabantse kunstgeschiedenis: vriendschap, geloof en ambacht, samengesmeed tot een herkenbare naam.

www.ftn-books.com has books on all the artists mentioned in the blog above available.

Leave a Comment